ALLERZIELEN
“(…) En dat ik dan opstond van tafel, omdat ik wist dat hij ziek was, maar dat ik dat niet kon geloven, zo’n sterke vader in zijn onderhemd met bretels, en dat ik dan vlug naar mijn kamertje liep, naar boven, om te huilen.””
“(…) En dat ik dan opstond van tafel, omdat ik wist dat hij ziek was, maar dat ik dat niet kon geloven, zo’n sterke vader in zijn onderhemd met bretels, en dat ik dan vlug naar mijn kamertje liep, naar boven, om te huilen.””
Ton blikt terug op een zomer uit zijn jeugd: “Hoe kwam het dat ik alles zag in vertraging, door een traagheid die ik wel eens zag aan mensen die dronken waren, of heel oud, zoals grootmoeder die elke beweging moest overdenken omdat alles haar inspanning kostte, hoe langzaam ze opstond van een stoel, haar hand naar de tafelrand greep, en geen houvast vond maar weggleed.”
De dichter ton van Reen heeft een fijn gevoel voor sfeer en schets een wereld die zowel vertropuwd als vervreemdend lijkt.